Koop pas schoentjes als je kind al enkele weken stapt en zijn/haar eerste stapjes zonder hulp kan maken. Dat tijdstip situeert zich ergens tussen 12 – 24 maanden. Laat je kindje voordien zoveel mogelijk blootsvoets lopen. Zo krijgen voetjes en teentjes de ruimte om te oefenen en sterk te worden. Ook nadien is het verstandig je kind binnenshuis zoveel mogelijk op blote voeten of op sokken (met antislip) te laten rondlopen.
Kies soepele, gesloten schoenen met veters en een rubberen zool. Eerste schoenen moeten de voetjes de ruimte geven en de voetjes beschermen tegen beschadigingen. Ze moeten een lichte steun bieden zonder de bewegingsvrijheid van de voetjes te beperken. De teentjes hebben veel ruimte nodig in lengte, breedte en hoogte, zodat ze alle grijpbewegingen kunnen maken. Kinderschoenen moeten een gevoel geven alsof men blootsvoets loopt. Babyschoentjes moeten vrij hoog zijn om de enkels te ondersteunen en te voorkomen dat het kind tijdens het lopen zijn schoen verliest. De zolen moeten licht zijn, flexibel en stabiel. Zorg ervoor dat de zool niet te glad is om uitglijden te voorkomen.
Geef altijd de voorkeur aan leer. Dankzij hun natuurlijke soepelheid omsluiten leren schoenen de voet beter. Leer neemt transpiratie beter op en houdt zo de voeten droog en warm. Leer is bovendien stevig en beschermt de kleine voetjes beter.
Neem je kindje mee wanneer je schoenen gaat kopen. Laat het voetje van je kind zorgvuldig meten en kies een model met een brede, ronde neus waarin zijn tenen vrij kunnen bewegen.
Controleer regelmatig de schoentjes en voetjes, in ieder geval elke 3 maand. De voeten groeien tijdens het 2de en 3de levensjaar 2 tot 3 maten per jaar, op de leeftijd van kleuters ongeveer 2 maten per jaar en bij schoolgaande jeugd 1 tot 2 maten per jaar. Volgens specialisten hebben kinderen tot 2,5 jaar om de vijf maanden nieuwe schoenen nodig, daarna nog maar 2 keer per jaar.
Geef je kind zeker geen ‘afdankertjes’ van broer of zus.